‘Workshop Rollen en vaardigheden in de nieuwe Omgevingswet van de Tonnaer Praktijkacademie slaat aan.’

Gemeenten, provincies, Omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s  oriënteren zich meer en meer op de komst van de Omgevingswet.  Naast de vraag:  ‘Welk implementatietraject past bij onze organisatie?’ krijgt Tonnaer steeds vaker de vraag: ‘Wat betekent de komst van de Omgevingswet nu voor mij als raadslid, bestuurder of ambtenaar?’

De Tonnaer-Praktijkacademie krijgt daarom steeds meer verzoeken voor de workshop “Rollen en Vaardigheden in de nieuwe Omgevingswet”.  Deze workshop wordt op maat aangeboden aan instanties die aan de slag gaan of zijn met de komst van de Omgevingswet.  De workshopleider van Tonnaer kan door zijn kennis van de omgevingswet en de ervaring met veranderprocessen een op de functie toegesneden workshop samenstellen.

Waarom een verandering van rollen en vaardigheden?
Een veranderende maatschappij heeft geleid tot de Omgevingswet; zoals de wens tot minder regels (deregulering), minder overheidsbemoeienis, snellere besluitvorming om projecten en initiatieven van burgers en bedrijven eerder en efficiënter van de grond te krijgen, en een integrale benadering van initiatieven. De focus ligt niet meer op het toetsen van een plan dat wordt ingediend bij de overheid, maar op het mogelijk maken en faciliteren daarvan. Niet zozeer faciliteren in de zin van het verlenen van diverse juridische toestemmingen zoals vergunningen, maar begeleiden en het leggen van verbindingen en lijntjes tussen de ‘juiste mensen’, het stimuleren van zelfsturing en het geven van vertrouwen. Daarmee wordt de overheid een partner bij het vinden van oplossingen en gedraagt zich niet meer als een directieve maar een deliberatieve overheid. Het motto “niet reguleren maar stimuleren” vergt een andere benadering en werkwijze in de organisatie dan tot op heden gevolgd werd.

Welke rollen veranderen?
Denk aan de rol van bestuurders en ambtenaren: de traditionele benadering van plantoetser verandert. De overheid onderhandelt om te kijken in hoeverre het initiatief in het toekomstbeeld past zoals dat in de omgevingsvisie is geschetst en in hoeverre waarden worden behaald die in het omgevingsplan zijn vastgelegd. Daarnaast moet het bestuur “uiteindelijk de knoop doorhakken en een besluit nemen”.

Burgemeester middelgrote gemeente: “Uiteindelijk moet het bestuur knopen doorhakken en besluiten nemen”.

Ook verandert de rol van aanvragers en initiatiefnemers, adviesbureaus en externe deskundigen. En niet in de laatste plaats: de rol van derden: belanghebbenden en de omgeving. Immers, het geven van vertrouwen gaat hand in hand met het nemen van verantwoordelijkheid. Meer ruimte voor initiatieven kan leiden tot een grotere impact op de omgeving. Hoe ga je daar mee om? En hoe neem je de omgeving mee in het krijgen van meer draagvlak? Een dergelijke nieuwe invulling van rollen vergt andere competenties en vaardigheden dan men tot op heden gewend is.

 

Veranderende competenties
Bij veranderende rollen horen specifieke competenties. Communicatieve vaardigheden (mondeling en schriftelijk), onderhandelen, verbinden, overtuigingskracht, omgevingssensitiviteit en flexibiliteit zijn voorbeelden van competenties die nog belangrijker worden. Deze moeten in balans zijn met vaardigheden die weliswaar nog steeds gewenst zijn als onderdeel van het totale proces, maar die minder op de voorgrond zullen treden, zoals  een beoordelend en toetsend vermogen.

Waarom deze workshop volgen?
De Omgevingswet biedt dus niet alleen een inhoudelijk nieuw kader, maar vraagt daarnaast een andere manier van denken en werken die bij veel (overheids)organisaties nog in de kinderschoenen staat. De workshop geeft u concreet vanuit de praktijk meer inzicht in de verandering van rollen en vaardigheden die het werken met de Omgevingswet en haar instrumenten van u verlangt. Deze verandering is op papier makkelijk aan te geven, maar de praktijk zal uitdagender zijn. Inzicht in dit proces is de eerste stap om te kunnen beoordelen op welke manier uw organisatie al aansluit bij de nieuwe werkwijze en op welke manier dit nog beter en efficiënter kan. De workshop geeft u vanuit praktijkervaring handvatten hoe met de nieuwe werkwijze om te gaan en op welke manier het werkproces in uw organisatie anticipeert op ‘de nieuwe manier van werken’.